De daktuin: een prachtig schouwspel van lijnen en vormen
Terug naar overzicht
Lukas Perdu is landschapsarchitect bij Matexi en gepassioneerd door planten, bomen en groen in het algemeen. Dat merk je aan de manier waarop hij zonder moeite de ene Latijnse benaming na de andere uitspreekt alsof het de normaalste zaak van de wereld is. “Tja, hoe zeg je dat in het Nederlands?”, lacht hij wanneer hij het heeft over de Waldsteinia ternata. “Weet jij het?”.

Lukas Perdu is landschapsarchitect bij Matexi en gepassioneerd door planten, bomen en groen in het algemeen. Dat merk je aan de manier waarop hij zonder moeite de ene Latijnse benaming na de andere uitspreekt alsof het de normaalste zaak van de wereld is. “Tja, hoe zeg je dat in het Nederlands?”, lacht hij wanneer hij het heeft over de Waldsteinia ternata. “Weet jij het?”. Lukas zorgt ervoor dat projecten van Matexi omgeven worden door groen en dat het groen en het woonproject een mooie symbiose worden. Gepassioneerd zijn door je job is bij Lukas een understatement. “Wanneer mijn plan uitgevoerd wordt heb ik na al die jaren nog altijd wat stress. Je wilt dat het perfect is.”

Je bent landschapsarchitect bij Matexi. Wat houdt die job in?
“Als landschapsarchitect ben ik bezig met alles wat met het groendomein te maken heeft binnen de projecten van Matexi. Dat gaat heel breed van het ontwerp tot nadenken over de beplanting en de aanleg. Maar evengoed het technische vraagstuk. Hoeveel mag een daktuin wegen zodat de constructie het zeker kan dragen? Dat zijn vragen die ik samen met het team beantwoord. Daarnaast heb ik ook een controlerende functie wanneer een ander bureau een ontwerp maakt. Daar ga ik altijd nog eens over om te kijken of het klopt en of de juiste beplanting is gekozen. Denk maar aan invasieve plantensoorten. Dat zijn soorten die de biodiversiteit in gevaar brengen omdat ze heel snel alles overwoekeren. Dat wil je natuurlijk kost wat kost vermijden. Binnen Matexi streven wij altijd naar een rijke biodiversiteit waar insecten, bijen, vlinders en amfibieën zich helemaal thuis voelen.”

Ook Antwerp Tower zal een groene uitstraling krijgen?
“Dat klopt. Hoewel de oppervlakte daar relatief beperkt is voor groen, zijn er toch heel wat mogelijkheden om dat groene karakter in de verf te zetten. Op de vierde verdieping hebben we een daktuin ontworpen waar we in de eerste plaats iets heel creatiefs mee wilden doen. Het zal een eyecatcher worden voor iedereen. De daktuin van Antwerp Tower moet je opvatten als een kijkruimte en niet als een gebruiksruimte. Vanuit dat idee zijn we dus volledig de weg van het esthetische ingeslagen: hoe kunnen we ervoor zorgen dat de daktuin een prachtig schouwspel is in elk seizoen van het jaar en dat het ook interessant blijft om naar te kijken voor de bewoners.”

Bij het ontwerp moet je dus rekening houden dat mensen de daktuin van bovenaf zullen bewonderen. Zorgt dat voor een andere manier van ontwerpen?
“Als je een groene zone ontwerpt dan ontwerp je dat altijd met het idee dat mensen dat vanop de begane grond zullen bekijken. Hier is dat inderdaad niet het geval. Hier moet je ervoor zorgen dat je je tuin zo ontwerpt dat het van bovenaf interessant is. Bomen zijn in dat geval dus minder interessant. Ze geven wel het groene karakter maar qua vormen ben je dan weer beperkt. Als je vanop het 26e verdiep naar beneden kijkt, dan wil je iets dynamisch zien, een spel van lijnen en vormen.”
Hoe gaat de daktuin er dan uitzien?
“De daktuin is ongeveer 670 vierkante meter groot en zal 5.650 vaste planten, 2.000 tulpen en een 5-tal meerstammige heesters huisvesten. Om ervoor te zorgen dat we ook in de winter een mooie groene daktuin hebben zal er ook gewerkt worden met wintergroene planten. We hebben gewerkt met twee tulpensoorten, een witte en een donkerpaarse. In de lente krijg je hierdoor een heel mooi contrast met het groene karakter van de tuin. Het dynamische karakter krijgen we dan weer door te werken met grassen. Zo hebben we een contrast tussen een groen tapijt en de dynamiek die die grassen met zich meebrengen. Kleine wandelpaden zorgen ervoor dat het team de daktuin kan onderhouden.”

Het ontwerpen van zo een daktuin vergt heel wat voorbereidingen. Hoe begin je aan zo een ontwerp?
“Ik begin meestal heel conceptueel aan zo een ontwerp. Voor mezelf was het in het geval van Antwerp Tower heel belangrijk dat ik die toren leerde kennen. Wat is de geschiedenis ervan? Hoe werd de toren genoemd? Is er een rode draad in die geschiedenis te vinden? Zo kwam ik erop uit dat de Antwerp Tower vroeger ook de Spiegeltoren werd genoemd. Dat gegeven van spiegeling vond ik meteen heel interessant. Zo kwam ik uit op water zodat als je naar beneden zou kijken je de toren zou weerspiegeld zien in dat water. Maar water op een daktuin is een heel complex gegeven dus moest ik op zoek naar een alternatief dat dat effect kan bereiken. De Waldsteinia ternata of goudaardbei was hier de ideale oplossing omdat die plant licht weerkaatst. Zo krijg je toch ook een beetje die glinstering zoals op het water.”
Welke uitdagingen bracht de Antwerp Tower met zich mee om een daktuin te realiseren?
“Een ontwerp is één ding, de realisatie is altijd nog net iets anders. Zeker voor de daktuin van Antwerp Tower stonden we voor enkele hordes die genomen moesten worden. De daktuin ligt voor het grootste deel in de schaduw. Je moet er dus voor zorgen dat je planten kiest die daar gemakkelijk tegen kunnen. Anderzijds is er een stukje dat net wel veel in de zon ligt. Ook met windsnelheden moet je rekening houden. Tussen twee hoge gebouwen kan het stevig waaien waardoor we bij het ontwerp ook stevige planten hebben gekozen.

Wanneer kan je de eerste plantjes in de grond stoppen?
“In mei vorig jaar zijn we gestart met het ontwerp en het uitteken van de plannen. Nu wordt alles gefinaliseerd zodat we in september van dit jaar kunnen starten met planten. Hier zijn we uiteraard afhankelijk van het beplantingsseizoen.”

Vind je dit nog altijd spannend om een project af te leveren of heb je na al die jaren de volste vertrouwen dat het goed komt?
“Je bent nog altijd met elementen uit de natuur bezig en dat kan je toch nog altijd verrassen. Ook na al die jaren. We hebben alles tot in de puntjes voorbereid maar de natuur is onvoorspelbaar. Er komen substraten die op de planten berekend zijn dus in principe zou alles vlot verlopen. De eerste weken controleer ik alles regelmatig en kan er nog bijgestuurd worden waar nodig. Een beetje extra water of net minder, wat meer voedingsstoffen voor het ene plantje, minder voor het andere. Zeker de eerste twee jaar is het heel belangrijk dat je dat opvolgt. Dus na al die jaren vind ik het nog altijd even spannend om een groendomein te realiseren. De schoonheid van moeder Natuur blijft mij elke dag opnieuw verwonderen!”